In mei leggen alle vogels ......

In Mei leggen alle vogels een ei.
Behalve de koekoek en de griet,
die leggen in de meimaand niet.
We kennen ongetwijfeld allemaal dit gezegde. Het klopt natuurlijk wel, want de koekoeken leggen hun eieren begin juni in de nesten van z.g. "waardvogels". Dit broedparasitisme kan worden gezien als een aanpassing aan het korte verblijf in het broedgebied. Voordeel is dat ze geen nest hoeven te bouwen. De volwassen koekoeken arriveren na hun favoriete waardvogel in het broedgebied zodat deze hun territorium al hebben bezet.
De vrouwtjeskoekoek legt begin juni zo'n 10 tot 25 eieren in verschillende nesten. Steeds maar één ei per nest. Favoriete waardvogels zijn de kleine karekiet en de heggenmus, gevolgd door de graspieper, kwikstaart en rietzanger. De kleur en afmeting van het koekoeksei is aangepast aan die van de desbetreffende waardvogel. Als het vrouwtje een geschikt nest heeft gevonden, wordt het ei binnen enkele seconden gelegd. Soms wordt de waardvogel hierbij afgeleid door het mannetje. Soms worden meerdere eieren verwijderd voordat het eigen ei wordt gelegd en vaak ook neemt het vrouwtje een ei van de waardvogel mee in de snavel.
Na een zeer korte broedtijd van ongeveer twaalf dagen komt de jonge koekoek uit het ei. De aanraking door de andere nestlingen zet hem er instinctief toe aan deze uit het nest te werpen. Nog maar enkel uren oud duikt hij onder de andere in het nest liggende eieren en jonge vogels totdat deze zich boven een zeer aanraakgevoelige groef op de rug bevinden. Hij houdt zich met zijn klauwen vast aan de nestrand en werkt de overige eieren en/of jonge vogels uit het nest tot hij de enige bewoner van het nest is. Dit gedrag lever voor de jonge koekoek echter wel een probleem op, omdat de meeste vogelouders de hoeveelheid voedsel afstemmen op de hoeveelheid opengesperde bekjes in het nest. De koekoek kan het ontbreken van andere jonge vogels compenseren door snelle geluidssignalen te produceren. Na ongeveer 20 dagen vliegt de jonge vogel uit. De koekoek wordt vaak aanzienlijk groter dan zijn pleegouders. Het is niet ongebruikelijk dat men een jonge, pas uitgevlogen, koekoek bedelend op een paaltje ziet zitten. De veel kleinere waardouder landt vervolgens op de rug van het jonge dier om het te voeren.
De koekoek is een middelgrote, slanke vogel met spitse vleugels en een lange afgeronde staart. Met een lengte van plusminus 30 centimeter is hij zo groot als een houtduif maar door de spitse vleugels lijkt de koekoek in de vlucht nogal op een sperwer. Bij het vliegen worden de vleugels nauwelijks boven het lichaam geheven terwijl de naar beneden gebogen snavel naar voren wordt gestrekt. Ze zitten vaak op leidingen en masten waarbij de vleugels iets neerhangen en de staart iets wordt geheven, daardoor lijkt de vogel nogal gedrongen en kortpotig.
De koekoek dankt zijn naam aan de opvallende roep van het mannetje dat ongeveer klinkt als een hol aanhoudend "goe-koeh" waarbij het begin op iets hogere toon is dan het eind. De volwassen mannetjes zijn op de rug, de buik en de kop gelijkmatig blauwgrijs zonder tekening, de buik is gestreept. De lange staart heeft een getrapte tekening met een dun wit uiteinde. De volwassen vrouwtjes komen in twee vormen voor. De grijze vorm lijkt sterk op het mannetje maar heeft een meer roestbruine tot gelige kleur en dunne donkere dwarsstrepen. De bruine vorm is zeldzamer en is op rug en borst roestbruin. De veren hebben donkere dwarsstrepen . De staart heeft ook een dun wit uiteinde.De jonge koekoek is leigrijs met hier en daar een roestbruine vlek. Het hele verenkleed heeft dunne donkere dwarsstrepen. De kleine en grote dekveren hebben een dunne witte eindzoom. Een jonge vogel kan worden herkend aan een witte vlek in de nek.
De koekoek komt behalve in IJsland overal in Europa voor. Hij heeft een voorkeur voor overzichtelijke, gevarieerde en open landschappen. Door het verdwijnen van dergelijke landschappen neemt het aantal koekoeken steeds meer af. De koekoek komt voor boven de boomgrens maar ook in het duingebied en de loof- en naaldbossen. Ook in steden met veel parken is de koekoek voor maar hierbij is het van belang dat de waardvogel er voorkomt.
De koekoek is een trekvogel die grote afstanden aflegt. Het winterkwartier bevindt zich in Afrika ten zuiden van de evenaar, daar geeft het de voorkeur aan de nabijheid van water en savannegebieden met acaciabegroeiing. Zoals zoveel langeafstands-trekvogels vliegt de koekoek voornamelijk 's nachts waarbij op de terugweg per etmaal zo'n 50 kilometer wordt afgelegd. Begin augustus verlaten zowel de oude als de jonge dieren West-Europa en keren meestal in de tweede helft van april terug.
24 mei 2011

